Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans: ondergang van het poldermodel?

De arbeidsrechtelijke golfbeweging
Ga in gedachten even terug naar 11 april 2013. Op die datum sloten de sociale partners het 'Sociaal Akkoord 2013'. Werkgevers- en werknemersorganisaties waren er na lang touwtrekken in geslaagd om in onderling overleg de vastgeroeste verhoudingen op de arbeidsmarkt los te weken, zo werd enigszins vergenoegd naar buiten gebracht.Vervolgens werd in ijltempo de 'Wet werk en zekerheid' (Wwz) door het parlement gejast om het Sociaal Akkoord in wetgeving te vertalen. De Wwz trad in werking op 1 juli 2015.

Nog geen 3 jaar later claimt de voorgestelde 'Wet arbeidsmarkt in balans' (Wab) echter alweer: 'Groot onderhoud aan de regelingen op het terrein van flexibele arbeid, het ontslagrecht en de WW is noodzakelijk om een nieuwe balans aan te brengen tussen zekerheid en kansen, een balans die past bij deze tijd'. Aldus de openingsalinea in de memorie van toelichting.

Verandert de wereld nu zo snel dat al na 3 jaar het arbeidsrecht weer flink op de schop moet of zijn de politiek en sociale partners het spoor bijster?

Wwz versus Wab
De openingszin uit de memorie van toelichting maakt duidelijk dat het vooral de flex-bepalingen en het ontslagrecht uit de Wwz zijn die het nu in de Wab alweer moeten ontgelden (de WW wordt alleen in het kader van wijzigend ontslagrecht aangepast). Daartoe beperkt dit artikel zich ook.

Werkgevers behaalden met het Wwz-ontslagrecht vooral financieel voordeel: de kantonrechtersvergoeding werd vervangen door de veel lagere transitievergoeding. Werknemers boekten winst op het aspect rechtsbescherming: het aloude criterium 'verandering van omstandigheden' werd als juridische grondslag voor de ontbinding van arbeidsovereenkomsten vervangen door een stelsel van 'gesloten redelijke ontslaggronden' en tegelijkertijd werd hoger beroep en beroep in cassatie mogelijk tegen de ontbindingsbeschikkingen van kantonrechters.

Ook werd het regime van de zogenaamde flex-bepalingen in de Wwz flink aangescherpt. Van rechtswege ontstaat een vast dienstverband als opvolgende tijdelijke arbeidscontracten langer dan 24 maanden duren, waarbij tussenpozen van maximaal 6 maanden worden meegerekend. Werknemers zouden dan korter in onzekerheid verkeren over een vast dienstverband. Een winstpunt voor de vakbonden.

Binnen het parlement waren er wel wat kritische noten en vragen over de haalbaarheid, maar een Sociaal Akkoord is niet te versmaden in het Hollandse poldermodel en dus schikte de politiek zich in de Wwz.

In het Wab-ontslagrecht wordt een 'cumulatiegrond' toegevoegd aan het gesloten stelsel van redelijke ontslaggronden. Op grond daarvan mag de rechter toch een arbeidsovereenkomst ontbinden als juridisch aan geen van de redelijke ontslaggronden wordt voldaan, maar de rechter desalniettemin van oordeel is dat van de werkgever 'in redelijkheid niet kan worden gevergd' de arbeidsovereenkomst met de werknemer voort te zetten. De flex-bepalingen gaan qua maximale tijdsduur weer terug naar 36 maanden als vóór de Wwz, waarbij het tussenpozencriterium 6 maanden blijft.

Wat mij aangaat betekent de Wab-cumulatiegrond niet veel meer of minder dan dat materieel wordt teruggekeerd naar het criterium 'verandering van omstandigheden' van vóór de Wwz. Verder kunnen werknemers met de Wab weer een jaar langer in onzekerheid worden gelaten over een vast dienstverband. Oude tijden keren weer!

Wie gaat eigenlijk waar over in de Nederlandse arbeidsverhoudingen?
Er is geen sprake van een nieuw sociaal akkoord. Het is dit keer het kabinet dat met een solo-actie het initiatief neemt tot deze met de Wab in te voeren wijzigingen in de arbeidsverhoudingen. Gebaseerd op het tussen de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU in 2017 gesloten regeerakkoord.

Met name de vakbonden zullen not amused zijn. Al kort na inwerkingtreding van de Wwz was de maatschappelijke kritiek niet van de lucht. Het ontslagrecht was te rigide geworden, zodat werkgevers kopschuw werden om werknemers in vaste dienst te nemen en de flex-bepalingen leidden er vooral toe dat tijdelijke werknemers juist eerder op straat kwamen te staan dan een vaste baan te krijgen. Desalniettemin sprak de toen kersverse FNV-voorzitter Han Busker zich nog in april 2017, bij de presentatie van mijn boek 'Het nieuwe ambtenarenrecht', expliciet uit geen reden te zien aan die kritiek tegemoet te willen komen. De vakbonden konden zich prima vinden in het met het Sociaal Akkoord bereikte onderhandelingsresultaat.

Duidelijk is dat het kabinet met de Wab de vakbonden wil overrulen om aan maatschappelijke kritiek tegemoet te komen en dat is niet de eerste keer. In dat verband breng ik de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in herinnering: een initiatiefwetsvoorstel uit de Tweede Kamer waarmee eind 2016 het ambtenarenrecht binnen de sfeer van het arbeidsrecht werd gebracht. De vakbonden, die fel tegen de Wnra waren, voelden zich in dat proces volledig buiten spel gezet. Zij trachtten zelfs de Wnra via de rechter tegen te houden, maar zonder resultaat. De Staat verkoos de vakbonden via de rechter onder de juridische duim te houden boven ingaan op de vakbondseis tot open en reëel overleg.

Het lijkt er de laatste jaren dus zeer op dat als de vakbonden maar precies het liedje zingen dat kabinet en werkgevers graag willen horen zij mogen meepraten en zelfs akkoorden sluiten. Daar waar zij een geluid laten horen dat afwijkt, staat er altijd wel een staatsmacht gereed de vakbonden met wettelijke maatregelen in het gareel te dwingen. Eerst met de Wnra en thans met de Wab.

Hoe je daar ook tegenaan kijkt, duidelijk is dat l'histoire se répète!

De kwaliteiten van onze wetgever
De logisch daaruit voortvloeiende vraag is of onze wetgever dan over de vereiste kwaliteit beschikt om de sociale partners, of in elk geval de vakbonden met recht te overrulen? Juist met een blik op de totstandkoming van de Wwz en de Wnra valt dit zeer te betwijfelen. Beide wetten kwamen in dezelfde periode tot stand en kunnen dus goed worden vergeleken.

Met de Wnra werd in essentie het stelsel van gesloten ontslaggronden afgeschaft dat het ambtenarenrecht van oudsher kenmerkt. De reden daarvoor was dat dit stelsel te juridisch van aard werd geacht en daarom te weinig conflict oplossend vermogen kende. Met de Wwz werd tegelijkertijd door de wetgever een stelsel van gesloten ontslaggronden ingevoerd in de marktsector. Wat dus al heel snel door de praktijk als te juridisch en knellend werd ervaren. Kortom, met de Wwz voerde onze wetgever voor de marktsector precies het ontslagrecht in waar dezelfde wetgever met de Wnra in dezelfde periode voor de publieke sector nu juist vanaf wilde.

Naar mijn beleving niet bepaald getuigend van een doordachte arbeidsrechtelijke visie bij onze wetgever.

Ondergang van het poldermodel?
Over de rolopvatting van alle actoren in dit maatschappelijke spel - vakbonden, werkgeversorganisaties en kabinet - zijn forse kritische kanttekeningen te maken.

De vakbonden probeerden zowel met de Wwz als met de Wnra vooral een stevige rechtsbescherming voor hun leden in de wacht te slepen. Met de Wwz slaagden zij voor wat betreft het ontslagrecht in de marktsector uitstekend in hun opzet. Zij verloren diezelfde slag met de Wnra voor de ambtenaren, maar omdat in 2020 ook de ambtenaren onder het ontslagrecht van de marktsector komen te vallen, wonnen de bonden indirect ook die slag. Het is inmiddels echter glashelder dat geharnaste rechtsbescherming maatschappelijk niet meer van deze tijd is.

Werkgevers zien met de Wab alsnog al hun wensen gerealiseerd die zij met het Sociaal Akkoord van 2013 kennelijk nog niet gerealiseerd konden krijgen. Door de Wwz verlaagden hun te betalen ontslagvergoedingen aanmerkelijk en met de Wab keren het flexibelere ontslagrecht en de langere duur van tijdelijke arbeidsovereenkomsten terug. Maar wat voor onderhandelingspartner ben je eigenlijk als je nog slechts enkele jaren geleden een Sociaal Akkoord met de vakbonden sloot en je nu achterover geleund afwacht hoe het kabinet met de Wab de vakbonden de oren wast?

Waar Rutte II met trompetgeschal het Sociaal Akkoord 2013 naar de Wwz vertaalde, wordt nu door Rutte III met de voorgestelde Wab een substantieel deel van datzelfde Sociaal Akkoord weer de nek omgedraaid. Hier spreekt weer als vanouds een kabinet dat meteen naar wetgeving grijpt als het even niet zijn krijgt in het sociaal overleg. Is het gek dat velen onze overheid tot in hun genen wantrouwen?

Zie ik het goed, dan geldt hier vooral als oorzaak dat er sprake is van drie maatschappelijke actoren die niet meer bereid zijn om naar elkaars geluid te luisteren. Met de werkgeversorganisaties deelt Rutte III dat niet eens geprobeerd is met de vakbonden tot een nieuw sociaal akkoord te komen waarin aan de kritiek op de Wwz tegemoet gekomen had kunnen worden. Deze neergang van het overlegmodel is wat mij aangaat de grootste maatschappelijke verliespost van de Wab.

Wordt die neergang door werkgevers, werknemers en kabinet na de hier beschreven decepties niet snel een halt toegeroepen, dan is het zo vaak de hemel in geprezen Hollandse poldermodel ten dode opgeschreven. Dat gaat dan ongetwijfeld ten koste van de kwaliteit van onze arbeidsrechtelijke wetgeving. Want zoals we ook zagen beschikken we evenmin over een wetgever die als een arbeidsrechtelijke visionair kan worden beschouwd.

24 april 2018
Ed van Meer

© 2018 Van Meer Juridische Zaken & Advocatuur stuur een email